Loonbelasting

Afgezien van recht op indexatie pensioen?

Tot het loon behoren aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen. Voor aanspraken op pensioen geldt een uitzondering door toepassing van de omkeerregel. Deze regel heeft tot gevolg dat niet de aanspraak, maar de daaruit voortvloeiende uitkering of verstrekking wordt belast op het moment dat deze wordt genoten. Een aanspraak is meer dan een verwachting; op zijn minst is een aanspraak een voorwaardelijk recht. Het prijsgeven van een aanspraak op pensioen wordt aangemerkt als afkoop en leidt tot belastingheffing van de gerechtigde.

Een recht op indexatie van pensioen kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn. Bij een voorwaardelijk recht op indexatie wordt indexatie van pensioen toegepast afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds.

Hof Den Haag heeft een voorwaardelijk recht op indexatie van een ingegaan pensioen gekwalificeerd als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. Omdat bij de overdracht van een pensioenvoorziening geen rekening werd gehouden met de waarde van het voorwaardelijk recht op indexatie is het volgens het hof prijsgegeven. De pensioengerechtigde heeft beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het hof. Naar zijn mening is een voorwaardelijk recht op indexatie geen aanspraak ingevolge een pensioenregeling in civielrechtelijke zin. De A-G bij de Hoge Raad is van mening dat het begrip ‘aanspraak’ in fiscale zin moet worden uitgelegd. Hij onderschrijft de opvatting van het hof dat het recht op indexatie kwalificeert als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling.

De enkele omstandigheid dat bij de overdracht van de verplichting geen afzonderlijke waarde is toegekend aan een onderdeel van de aanspraak maakt volgens de A-G niet dat deze aanspraak is gewijzigd of dat van (een deel van) de aanspraak is afgezien. Niet is gebleken dat de pensioenbrief is gewijzigd bij de pensioenoverdracht zodat de voorwaardelijke aanspraak op indexatie is blijven bestaan. De conclusie van de A-G is dat het beroep in cassatie gegrond dient te worden verklaard.

Bron: Hoge Raad | Conclusie AG | ECLINLPHR20211099, 20/03684 | 22-11-2021