Arbeidsrecht

Schorsing non-concurrentiebeding

Een arbeidsovereenkomst kan beperkende bedingen bevatten voor de werknemer. Non-concurrentie- en relatiebedingen beperken de werknemer in zijn vrije arbeidskeuze. Een dergelijke beperking is alleen geoorloofd als daar een groot belang van de werkgever tegenover staat. De kantonrechter kan een beperkend beding in een arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen als, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Vooruitlopend op de behandeling in de bodemzaak bij de kantonrechter kan een beperkend beding in kort geding geheel of gedeeltelijk worden geschorst.

De rechter in kort geding heeft een verzoek om schorsing van een non-concurrentiebeding gehonoreerd. De arbeidsovereenkomst bevatte een rechtsgeldig concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding. Op grond van het non-concurrentiebeding was het de werknemer niet toegestaan om binnen een jaar na het einde van zijn dienstverband werkzaam te zijn bij een concurrent van de werkgever. De werkgever was een producent van elektrische fietsen. De werknemer was vertegenwoordiger en verkocht in die functie fietsen aan fietsenzaken. Hij werd benaderd door een bedrijf dat online elektrische fietsen verkocht. De rechter stelde vast, dat de nieuwe werkgever als een concurrerend bedrijf moest worden beschouwd. De nieuwe functie betekende zowel inhoudelijk als financieel een positieverbetering voor de werknemer. Dat woog zwaarder dan het belang van de werkgever bij handhaving van het non-concurrentiebeding. De oude werkgever wilde zich meer gaan toeleggen op online-verkoop, maar de werknemer had bij zijn oude werkgever niets met online-verkoop te maken. De kennis, die hij mogelijk had van de verkoopstrategieën van de oude werkgever, zal bij de nieuwe werkgever volgens de rechter niet of minder bruikbaar zijn. Voor zover de werknemer op de hoogte was van bedrijfsstrategieën werd de vertrouwelijkheid daarvan beschermd door het geheimhoudingsbeding. De rechter in kort geding verwacht dat de bodemrechter het non-concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen omdat de werknemer door dit beding onbillijk wordt benadeeld.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBAMS20203559, 8564627 | 03-09-2020

Schorsing non-concurrentiebeding

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) geldt als uitgangspunt dat een overeengekomen non-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet rechtsgeldig is. Een non-concurrentiebeding in een contract voor bepaalde tijd is wel rechtsgeldig als het vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen noodzakelijk is. Dat moet blijken uit de schriftelijke motivering van het beding. De zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen en de reden waarom deze belangen tot een uitzondering op de hoofdregel moeten leiden moeten duidelijk zijn omschreven. De wetsgeschiedenis biedt weinig aanknopingspunten voor de invulling van het begrip ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’.

De kantonrechter Amsterdam heeft op verzoek van een werknemer het in zijn arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding geschorst. Volgens de kantonrechter had de werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt welke zwaarwegende bedrijfsbelangen het non-concurrentiebeding nodig maakten.