Arbeidsrecht

Geen schorsing non-concurrentiebeding

Een non-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd. Wanneer een non-concurrentiebeding belastender wordt voor de werknemer, bijvoorbeeld door een functiewijziging, moet het opnieuw worden overeengekomen en schriftelijk worden vastgelegd. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad is dit alleen vereist bij een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding die niet was te voorzien toen het beding werd overeengekomen.

In een procedure in kort geding speelde de vraag of een vrachtwagenchauffeur aan het overeengekomen non-concurrentiebeding kon worden gehouden vanwege zijn indiensttreding bij een directe concurrent van de vroegere werkgever. De werkgever verzorgde bulk- en tanktransporten van vloeistoffen en gassen.

Volgens de werknemer had het non-concurrentiebeding zijn werking verloren door de overname van de aandelen in het bedrijf van de werkgever. Daardoor was het bedrijf gaan behoren tot een groter concern. De werknemer meende dat de arbeidsverhouding door de overname ingrijpend was gewijzigd, waardoor het non-concurrentiebeding zwaarder was gaan drukken. De vroegere werkgever bestreed dat en verwees naar twee uitspraken van een andere rechtbank met voormalige werknemers. De kantonrechter was, evenals zijn collega in die twee zaken, van oordeel dat de arbeidsverhouding niet ingrijpend was gewijzigd. De overname heeft geen gevolgen gehad voor de activiteiten van de werkgever of voor de arbeidsrechtelijke positie en/of arbeidsvoorwaarden van de werknemer. De kring van concurrenten is door de overname niet uitgebreid aangezien het non-concurrentiebeding alleen betrekking heeft op directe concurrenten van de werkgever en niet op concurrenten van andere tot het concern behorende ondernemingen.

De kantonrechter wees het verzoek van de werknemer om schorsing van het non-concurrentiebeding af. De werknemer meende dat hij onredelijk werd benadeeld als hij aan het non-concurrentiebeding zou worden gehouden. Volgens de kantonrechter waren er voldoende mogelijkheden om als chauffeur te werken in het transport van andere goederen dan vloeistoffen en gassen. Wel matigde de kantonrechter het voorschot op een eventueel in een bodemprocedure toe te kennen boete omdat de werkgever de werknemer pas na zijn uitdiensttreding heeft gesommeerd zich aan het non-concurrentiebeding te houden terwijl bekend was dat hij bij een concurrent in dienst zou treden.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBROT20206235, 8420764 VV EXPL 20-122 | 23-07-2020